Vraag van de maand september 2009
Thrombosedienst overbodig ? ?
Patienten kunnen om meerdere redenen bij de thrombosedienst onder controle/behandeling zijn.
Bijvoorbeeld kunstklep, thrombosebeen/longembolie of boezemfibrilleren.
Bij de indicatie boezemfibrilleren wordt gekeken naar het risico dat iemand heeft op het krijgen van een beroerte.
Dit gaat met behulp van de CHADS2-score. Hoe hoger de score hoe meer risico op een beroerte bij boezemfibrilleren.
Mensen met een duidelijk verhoogd risico (score 2 of hoger) krijgen antistolling voorgeschreven via de thrombosedienst.
Het blijkt dat patiënten bij de trombosedienst gemiddeld een derde gedeelte van hun behandelingsduur niet goed zijn ingesteld.
Ook hebben sommige mensen veel bijwerkingen zoals huidbloedingen etc.
Tijdens het laatste Europese congres zijn de resultaten van de RELY studie (antistollingsmiddel dabigatran) getoond bij mensen met boezemfibrilleren. Alleen voor die indicatie gelden de resultaten.
Het bleek in lagere dosis even effectief met minder bloedingen en in hogere dosis effectiever zonder meer bloedingen.
In Nederland en Zweden zijn zeer goed werkende thrombosediensten aanwezig, instelling en controle is daar beter dan in de rest vd wereld.
Er wordt nog gekeken of bij deze patienten de positieve resultaten ook zo duidelijk zijn.
Het gebruikte middel dabigatran (merknaam Pradaxa) wordt in Nederland vergoed voor gebruik/preventie van thrombosebenen en moet 2 x daags ingenomen worden.
Patiënten met boezemfibrilleren, die niet of zeer moeilijk in te stellen zijn op thrombosediensttabletten hebben nu een alternatief met dabigatran.
Bij nieuwe patiënten met een hoge CHADS2 score (>3) kan deze therapie als therapie van eerste keuze worden overwogen.
Voor alle andere indicaties is (nog) geen bewijsvoering aanwezig !
Dabigatran is een nieuw middel dus releatief prijzig. Hoe de verzekeraars gaan reageren op een toename van het voorschrijven van dit middel valt af te wachten.
De thrombosediensten zijn dus zeker nog niet werkeloos !